Micha en Katja hebben hun droom gerealiseerd: een gezinshuis waarin ze jongeren opvangen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dat doen ze in een groot huis. Daar wonen ze ook met hun dochter en zoontje, én met pleegkindje Faya. Faya is vanaf haar geboorte bij hen. Na een zorgelijke start gaat het nu heel goed. “Het is zo’n stralend kind,” glundert Micha. “Haar verhaal moet bekend worden,” vindt Katja. “Omdat je dit anderen ook zo gunt.”

Micha en Katja hadden vanaf de eerste dag een soort niet pluis gevoel: Faya was passief, een beetje afwezig, ze sliep veel… “Dat hoeft geen probleem te zijn,” stelt Micha. “Maar ze huilde bijvoorbeeld ook niet bij het hielprikje. Dat vonden we wel opvallend.” Ze vonden Faya eerst een opvallend stil kindje, maar een beetje té stil. “Apathisch,” zegt Katja. Was er iets mis gegaan bij de bevalling?  Of iets anders tijdens de zwangerschap?

Al snel ontmoetten ze de moeder van Faya. Na drie weken was de eerste bezoekregeling. En toen was Faya juist helemaal niet apathisch: ze overstrekte, was in paniek en overstuur. Katja: “Zo bijzonder: zo’n klein kindje dat zo duidelijk aangeeft dat ze niet wil.”  Maar Faya moest wel. Pleegzorg, pleegouders, moeder zelf … iedereen vindt het contact tussen kind en natuurlijke moeder vanzelfsprekend en belangrijk.

Micha en Katja vonden het zo triest: “Juist omdat de moeder het zo goed deed,” benadrukken ze. “Daar lag het niet aan. Dat wisten we zeker.” Maar ondertussen ging Faya echt achteruit: overstrekken werd gillen en onrust, niet slapen en ontroostbaar zijn tot een week na zo’n ontmoeting met de moeder. En het gillen -“dat is als ze stressreactie laat zien boven wat ze kan ‘tolereren’” legt Micha uit- werd stoïcijns; “onder de tolerantiegrens”. Katja vertelt: “Faya keek mij zo aan … ‘bescherm jij mij wel? Is het wel veilig bij jou?’ Ze zocht hechting en veiligheid terwijl ik haar uit handen gaf aan een situatie waar ze zo bang van werd.” De pleegouders raakten in twijfel: “Er gaat van alles door je hoofd. Juist omdat we niet wisten wat er aan de hand was en we ons steeds meer zorgen gingen maken.” Toen Faya wat groter werd ging ze ook typisch doen: herhaalde bewegingen, wiebelen. “Het team van mensen om haar heen dacht op een gegeven moment zelfs aan autisme of zoiets.”

In eerste instantie werd Video Home Training aangeboden. “Dat is ondersteuning voor de moeder, om signalen van Faya te leren herkennen en daarmee om te gaan,” legt Katja uit. “Maar zij deed het juist heel goed.” En voor Faya had het geen effect. Integendeel, haar ontwikkeling stagneerde: ze maakte geen echt contact, ze leerde maar moeizaam kruipen, ze ging niet staan of lopen, ze accepteerde geen vast eten, bleef op haar rug liggen en flesjes drinken. “Eigenlijk deed ze niets uit zichzelf,” vat Micha samen. Die kluwen van problemen leidde tot een samenspel van hulpverleners: kinderarts, logopedie, fysiotherapie, jeugdzorg, jeugd ggz …

Toen opperde iemand de mogelijkheid van trauma. “En dat triggerde ons direct,” vertelt Micha. “We hadden dat zelf ook al eens tegen elkaar gezegd.” “Maar ja, Faya is zo klein,“ vervolgt Katja. “We kenden niemand met ervaring met trauma bij zo’n kleintje.” Maar via via kwamen ze uit bij Martine Heersink van Jeugd ggz Twente. Zij kon Faya behandelen met EMDR. In eerste instantie vertelde Katja het verhaal en Faya volgde het. Maar dat leidde tot heftige paniek. “Maar toen Martine het verhaal overnam zakte Faya uiteindelijk in spanning en paniek. Op een gegeven moment was het ineens ‘klaar’” zegt Katja. Ze bedoelt dat Faya ineens niet meer moest huilen.  Alsof de zware situaties in haar hoofd een nieuwe, lichtere lading hadden gekregen.

Meteen daarna werd Faya ziek. Een week lang flink ziek met stevige koorts. “Gelukkig konden we overleggen met Martine. Die zei dat het een normale en juist goede reactie is,” vertelt Micha. “Het is precies volgens het boekje; een soort van resetten.” En er was duidelijk iets veranderd: “Voor het eerst liet Faya zich troosten. Voor het eerst pakte ze een zachte knuffel in plaats van harde blokken. Ze ging rechtop lopen, ze ging lekker spelen bij de ontmoeting met haar biologische moeder, ze lacht, maakt contact, ze laat zich knuffelen, zoekt de knuffels ook op, ze speelt kiekeboe, ze klimt de trap op, wandelt door de vensterbank, pakt mensen bij de hand, ze eet mee, tijdens een verjaardagsfeestje zien we haar gewoon een poosje niet, vakantie was voorheen een ramp en was nu heerlijk, ze heeft mijn broer alles over de vakantie laten zien … “ Katja en Micha blijven elkaar aanvullen. “Ze is zo snel aan het inhalen dat we voortdurend moeten zoeken naar nieuwe structuur en verbaasd zijn over wat ze allemaal kan.”

Faya mengt zich in het gesprek: “koek!” roept ze. Katja lacht: “Jaja, dat woord is wel favoriet. Maar ze praat opeens, terwijl wij, op advies van de logopedie, al begonnen waren met gebarentaal!” Papa, mama, bed, fiets … ze pikt allerlei woorden vanzelf op. “Boemba betekent filmpje.” Faya zit al klaar voor de tv.